Wij zijn er voor jou!

Als je je wilt verplaatsen, moet dit op een veilige manier gebeuren. De verkeerssituatie is echter continu in beweging. Zo ontstaan er geregeld nieuwe wegsituaties en krijg je te maken met nieuwe regelgevingen in de wegcode, bv. verandering naar een autovrije straat, fietsstraat, speelstraat, nieuwe verkeersborden, gewijzigde voorrangsregels. Het is dus goed om op de hoogte te blijven.
Je eigen vaardigheden zijn eveneens onderhevig aan verandering. Vroeg of laat krijg je misschien te maken met een aantal functionele beperkingen die de verkeersgeschiktheid nadelig beïnvloeden.
Door een verhoogde kwetsbaarheid worden senioren, in vergelijking met andere weggebruikers, soms sneller slachtoffer van een ongeval. Het risico verhoogt vanaf 75 jaar. Het gevaar om met de fiets te verongelukken is voor 75-plussers zes keer hoger dan het gemiddeld risico. Ook als voetganger is het risico verhoogd. Als autobestuurder is het risico voor de 75-plussers bijna vier keer zo hoog als het gemiddelde risico voor alle leeftijden, stelt het Belgisch instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV).

(On)veiligheidsgevoelens: Ouderen voelen zich in het verkeer minder veilig dan mensen van middelbare leeftijd volgens het BIVV. Dit komt vooral naar voor bij mensen tussen 65 en 74 jaar, die meestal nog mobiel zijn maar beginnende problemen in het verkeer ondervinden. Dit geldt voor alle verplaatsingsmiddelen. Mobiele ouderen, ouder dan 75 jaar, voelen zich terug veiliger dan die van 65 tot 74 jaar. Dit ligt waarschijnlijk aan het feit dat die ouderen die zich onveilig voelen op een gegeven moment stoppen om zich op een bepaalde manier, bv. met de wagen, te verplaatsen. Je hebt een veilige deelname aan het verkeer voor een groot deel zelf in de hand. Als oudere verkeersgebruiker zijn er een aantal elementen waarmee je rekening moet houden om je te verplaatsen als voetganger, als fietser en als autobestuurder.

In een drietal afleveringen behandelen we deze specifieke manieren van verplaatsingen.

ALS VOETGANGER
In vergelijking met andere leeftijdsgroepen, wandelen ouderen het meest. Uit de Belgian Ageing Studies (Ouderen Behoeften Onderzoek - een samenwerking tussen de Vrije universiteit Brussel en de Hogeschool Gent) blijkt dat 36,8% van de ouderen zich dagelijks al stappend verplaatsen. In tegenstelling tot wat velen denken, lopen ouderen vooral gevaar wanneer ze zich, net zoals met de fiets, te voet in het verkeer bewegen. Zo nam ongeveer 40% van de oudere verkeersslachtoffers als voetganger aan het verkeer deel. Typische ongevallen met oudere voetgangers gebeuren volgens het BIVV bij het oversteken van de rijbaan, en komen veelal voor op zebrapaden, meestal tijdens de donkerste maanden van het jaar.
Zebrapad = de goede oplossing
Hoewel er zich soms ongevallen voordoen, blijft het zebrapad voor voetgangers de veiligste plaats om over te steken. Als er zich op minder dan 30 meter een zebrapad bevindt, ben je verplicht om het te gebruiken. Zoniet moet je volgens het verkeersreglement de rijbaan haaks oversteken en mag je er niet onnodig slenteren of blijven staan.
Steek niet blindelings over
Voorrang betekent natuurlijk niet dat je blindelings mag oversteken. Wees voorzichtig als je je op het zebrapad begeeft en hou rekening met naderende wagens. Kan deze auto op tijd stoppen? Heeft de bestuurder mij gezien? Wordt hij ingehaald door een andere bestuurder die het verkeersreglement overtreedt? Steek niet over als het naderende voertuig hierdoor gedwongen wordt om hard te remmen.
Voetgangers alleen of in groep zonder leider
Opgelet: het verkeersreglement geeft geen definitie van een groep of een leider. In tegenstelling tot groepen fietsers, bestaat er geen omschrijving voor groepen voetgangers. Kleine groepen voetgangers volgen bij voorkeur de regels voor individuele voetgangers.
Waar stappen?
Gebruik eerst en vooral de begaanbare trottoirs, de delen van de openbare weg die voor jou zijn voorbehouden door de verkeersborden D9 en D10, of de begaanbare verhoogde bermen.

D9.pngD10.png

Bij gebrek daaraan mag je op de rijbaan lopen, maar je moet zo dicht mogelijk bij de linkerrand ervan blijven (in jouw staprichting), zodat je het verkeer ziet aankomen.

Bronnen: Vlaamse ouderenraad, Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid.

ALS FIETSER
Vlaamse ouderen fietsen iets minder dan ze wandelen, maar de fiets blijft een vaak gebruikt vervoermiddel. Volgens recente studies verplaatst 28% van de ouderen zich dagelijks met de fiets. De vele fietstochten die ouderenverenigingen of andere groepen organiseren, zorgen ook voor het onderhouden van de sociale contacten. Op sociaal vlak is fietsen dan ook van goudwaarde. Bovendien is fietsen makkelijk in te passen in de dagelijkse activiteiten. Het stalen ros is dan ook een geschikt middel om in beweging te blijven. Indien fietsen niet meer zo vlot gaat, kunnen hulpmiddelen ingeschakeld worden. Je kunt misschien een elektrische fiets aanschaffen. Deze is uitgerust met een electrische hulpmotor en een oplaadbare batterij. Hij stelt je in staat mobiel te blijven en met minder moeite bij je bestemming te geraken. Bij een elektrische fiets werkt de motor in combinatie met spierkracht en dient dus enkel ter ondersteuning van het trappen! De snelheid van een elektrische fiets is gelimiteerd tot 25 km/u. Enkele nadelen zijn de hoge kostprijs en het zwaardere gewicht van de fiets.
Aan een vlot gebruik gaat bovendien een leerproces vooraf:
Tip: bij elektrische fietsen is het belang van de versnellingen niet te onderschatten. Net zoals bij je auto moet je ook schakelen. De meeste elektrische fietsen hebben 4 elektrische standen en 7 versnellingen. Het is belangrijk dat je van in het begin leert schakelen en de juiste combinatie maakt tussen ondersteuning en versnellingen. Dit is belangrijk voor de veiligheid (je fietst elektrisch sneller) en het is ook belangrijk om je batterij te sparen, zodat je meer kilometers kunt fietsen.
Keuzewijzer voor elektrische fietsen: voor elke type fietser bestaat een passende fiets. Misschien overweeg je zelf ook een elektrische fiets aan te kopen? De keuzewijzer van de Fietsersbond helpt je in deze zoektocht.
De website is de volgende: www.wegmetdefiets/elektrischefiets/keuzewijzer
Ongevallen met fietsende ouderen doen zich vaak voor tijdens het veranderen van richting of het oversteken van de rijbaan. De Fietsersbond roept daarom op om op veilig te spelen en de juiste strategie te kiezen om gevaarlijke situaties te vermijden:
Een veilige en goed onderhouden fiets is de eerste stap naar een veilige en verantwoorde verkeersdeelname. Het begint al bij het regelmatig oppompen van de banden.
Ken de wegcode: fietsers moeten zich aan de regels houden. Het BIVV heeft hier een goede brochure over gemaakt. Je kunt die vinden wanneer je in Google intikt: fietsers en de wegcode.
Wijk voorzichtig uit en/of sla veilig linksaf: maak aan andere verkeersdeelnemers kenbaar door je arm uit te steken dat je van richting verandert. Het is erg belangrijk dat fietsers aan de andere weggebruikers laten weten wat ze van plan zijn. Zo vermijd je onverwachte situaties en mogelijke ongevallen. Hoe voorspelbaarder het verkeersgedrag, hoe veiliger het verkeer.
Pas op voor de dode hoek: een extra gevaar voor fietsers is de dode hoek van vrachtwagens, bussen en andere (hoofdzakelijk grote) voertuigen. Vooral als deze naar rechts willen afslaan, moeten fietsers extra voorzichtig zijn.
Fiets in de kijker: veel ongelukken gebeuren doordat fietsers niet voldoende zichtbaar zijn in het verkeer. Een fluohesje helpt!
Kies voor veiligheid: soms is het beter om je voorrang af te staan in plaats van deze op te eisen en jezelf in gevaar te brengen.
Fietsoversteekplaatsen: een fietsoversteekplaats is afgebakend door twee onderbroken strepen gevormd door witte vierkanten of parallellogrammen. Begeef je voorzichtig op een oversteekplaats voor fietsers en geef voorrang aan de naderende voertuigen. Als fietsers aanstalten maken om over te steken, betekent dat niet dat je voorrang hebt. Er is dus een groot verschil tussen een fietsoversteekplaats en een oversteekplaats voor voetgangers!
Fietsstraten: een fietsstraat is een straat waar fietsers de belangrijkste weggebruikers zijn, maar waar ook motorvoertuigen zijn toegestaan en waar specifieke gedragsregels gelden te aanzien van fietsers. Fietsers mogen de gehele breedte van de rijbaan (eenrichtingsverkeer) of de helft van de rijbaan langs de rechterzijde (tweerichtingsverkeer) gebruiken. Auto’s mogen de fietsers niet inhalen en de snelheid mag nooit hoger liggen dan 30 km/u.

Bronnen:Vlaamse ouderenraad BIVVFietsersbond 

ALS AUTOBESTUURDER
De auto is bij ouderen nog steeds het meest gebruikte vervoermiddel. 41,2 % van de ouderen verplaatst zich dagelijks met de wagen. Het is een comfortabele manier om zich te verplaatsen en het zorgt voor een grote zelfstandigheid, lijkt uit onderzoek.
Ouderen stoppen bijna altijd met autorijden omwille van gezondheidsredenen en zelden omdat ze een andere mogelijkheid voor verplaatsing gevonden of gekozen hebben. Als ouderen niet meer rijden, worden verplaatsingen slechts zeer beperkt vervangen door verplaatsingen met andere vervoersmogelijkheden. Het stoppen met autorijden leidt dus doorgaans tot een verminderde mobiliteit. Maar ouderen die voor ze stopten met autorijden ook andere vervoersmiddelen gebruikten, kunnen hun mobiliteitsbehoeften op die manier opvangen.

CARA
het centrum voor rijgeschiktheid en voertuigaanpassing is een afdeling van het BIVV. Het heeft als opdracht om na doorverwijzing van een arts de rijgeschiktheid te bepalen van de kandidaten met een verminderde functionele vaardigheid die een invloed kan hebben op het veilig besturen van een motorvoertuig. Het kan je ook helpen bij het bepalen van aanpassingen aan een voertuig.
www.bivv.be/nl/particulieren/cara 
02 244 15 52

Leeftijdsgerelateerde beperkingen
In 2014 deed het BIVV onderzoek naar ‘Senioren in het verkeer’. Een aantal functies die voor het besturen van een voertuig belangrijk zijn, kunnen met toenemende leeftijd achteruitgaan: het zicht (perifere zicht, scherpte), de beweeglijkheid (hoofd draaien, sturen) en de snelheid van de waarneming en beoordeling van een situatie, het nemen van beslissingen, en de eigenlijke reactie. Vaak kunnen deze beperkingen gecompenseerd worden door de keuze van de plaats en het tijdstip waarop men rijdt (bv. niet meer in het donker rijden) en door een voorzichtigere rijstijl.
Naast deze ‘normale’ verouderingsverschijnselen hebben mensen van hogere leeftijd vaak één of meerdere chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, dementie, depressie of artrose die ook de rijgeschiktheid kunnen beperken. Terwijl bij een ziekte de beperkingen vaak nog gecompenseerd kunnen worden, stijgt het risico op ongevallen bij meerdere medische aandoeningen (en het gebruik van de behandelende medicatie) duidelijk.
Opvallend is ook het gebruik van alcohol en medicatie achter het stuur. Bijna 1 op 3 (27%) ouderen tussen 65 en 74 jaar geeft toe onder invloed met de wagen te rijden. Bij ouderen boven 75 jaar zegt bijna 1 op 10 soms onder invloed van slaapmiddelen of andere geneesmiddelen te rijden, wat veel meer is dan in de andere leeftijdsgroepen. Volgens politiecontroles ligt het echte percentage veel hoger. Er zijn aanwijzingen dat België, en dan specifiek ouderen, een probleem heeft met rijden onder de invloed van alcohol, kalmeermiddelen en andere medicatie die de rijgeschiktheid beïnvloeden.
Het ongevalsrisico is niet enkel afhankelijk van de leeftijd stelt het BIVV. Heel wat andere factoren spelen eveneens een rol, bijvoorbeeld de vervoersprestatie. Oudere bestuurders leggen vaak minder kilometers af dan jongere. Dit leidt (ongeacht de leeftijd) tot een hoger ongevalsrisico, voornamelijk omwille van het type weg dat men dan voornamelijk gebruikt (weinig autosnelwegen), de locatie en het tijdstip, maar ook omwille van minder routine. Ouderen die nog veel afstand overbruggen, kennen niet echt een verhoogd risico ten opzichte van jongere bestuurders die een vergelijkbare afstand afleggen.

Wat kunnen we eraan doen?
Om de verkeersveiligheid te verbeteren, stelt het BIVV een getrapte screening voor. Die begint met een eenvoudige test die men zelf kan doen en/of een bezoek aan de huisarts. Indien de arts twijfels heeft over de rijgeschiktheid, kan hij doorverwijzen naar een doorgedreven onderzoek, bv. bij het Centrum voor Rijgeschiktheid en voertuigaanpassing (CARA). Ook aan de infrastructuur kunnen er aanpassingen gebeuren. Oudere bestuurders hebben bv. meer nood aan overzichtelijke kruispunten. Maar verkeersveiligheid wordt niet alleen beïnvloed door de infrastructuur en de inrichting van het wegennet, maar ook door het gedrag zoals rijden onder invloed, zich niet houden aan de verkeersregels ...

Checklist 65+ bestuurder, hoe rijvaardig bent u?
Het BIVV en het Instituut voor Mobiliteit (IMOB/UHasselt) ontwikkelden een specifieke, sensibiliserende checklist voor de rijvaardigheid van oudere autobestuurders. Op basis van 15 vragen kan de persoon zelf of een aanverwant een inschatting maken of hij of zij een risico zou kunnen lopen of vormen als bestuurder in het verkeer. Je vindt de checklist op www.senior-test.be

september/oktober/november 2016

Copyright © Seniorama vzw