Wij zijn er voor jou!

Sinds 1 september 2018 gelden een aantal nieuwe regels met betrekking tot erven en schenken. Deze regels zullen mogelijks een invloed hebben op uw bestaande of toekomstige successieplanning.
In een artikelenreeks gespreid over een aantal nummers van Senioramanieuws zullen we daaromtrent wat beknopte informatie geven.

Algemeen
Gaan samenwonen, een woning kopen, een eigen zaak starten of een erfenis voorbereiden? Belangrijke stappen in je leven waar je best op voorhand goed over nadenkt. De notaris is perfect geplaatst om je te begeleiden. Je kunt er terecht voor onafhankelijk advies op maat zodat je in alle vertrouwen je projecten kunt realiseren.
Regelgeving verandert snel. Misschien staat er reeds een aangepaste versie van deze materie op www.notaris.be. Je vindt er naast FAQ’s, video’s en rekenmodules, ook een handig adresboek met de contactgegevens van alle notariskantoren.

Inleiding
Wanneer een persoon overlijdt, komen zijn familieleden in aanmerking om te 'erven'. Erven gebeurt echter niet willekeurig. Ons burgerlijk wetboek bevat een heel aantal regels die bepalen wie in welke volgorde en in welke mate in aanmerking komt om te erven.
Sommige erfgenamen, zoals de kinderen en de langstlevende huwelijkspartner van de overledene, hebben recht op een 'reserve'. Zij hebben een beschermd minimum erfdeel dat hen niet ontnomen kan worden. Naast dat voorbehouden deel voor de kinderen en de huwelijkspartner, heeft iedereen een 'beschikbaar' deel. Dat is het deel van het vermogen dat je vrij kunt wegschenken of weggeven via testament. Het beschikbaar deel bedraagt vandaag altijd de helft van uw vermogen, ongeacht het aantal kinderen.
Mensen erven niet alleen door de werking van de wet. Sommige mensen erven iets van hun partner, hun tante, een goeie vriend … omdat zij aangeduid staan in een testament. Dit noemen we het 'testamentair erfrecht'.
Erven is vandaag meer dan ooit een actueel thema. Iedereen wordt er vroeg of laat mee geconfronteerd. Mensen praten doorgaans niet graag over wat er met hun goederen zal gebeuren eenmaal ze er niet meer zijn, maar toch roept het erfrecht bij veel mensen een aantal vragen op. Vragen zoals "hoeveel erven mijn kinderen elk?" “Kan ik ze onterven?” of nog “kan ik volledig vrij mijn testament opstellen?” zijn zeer belangrijk en niet altijd eenvoudig te beantwoorden.

De wetgever heeft een rangschikking opgesteld en de erfgenamen ingedeeld in vier orden volgens bloedverwantschap. Wie zijn volgens de wet onze erfgenamen?

Algemene principes
Wanneer de overledene, ook erflater genoemd, geen testament of huwelijkscontract heeft opgemaakt, wijst de wet de erfgenamen aan.
De wetgever heeft een rangschikking opgesteld en de erfgenamen ingedeeld in vier orden volgens bloedverwantschap, te weten:
- alle afstammelingen van de erflater: kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen …
- als de overledene geen afstammelingen nalaat: de ouders van de erflater samen met zijn broer(s) en zuster(s) en/of hun afstammeling(en)
- als de overledene noch afstammelingen, noch broer(s), zuster(s) en/of hun afstammeling(en) nalaat: alle bloedverwanten in opgaande lijn: (ouders, grootouders, overgrootouders …)
- als de overledene geen erfgenamen van eerste, tweede of derde orde nalaat: ooms, tantes en hun nakomelingen (neven en nichten dus), grootooms, groottantes. Een hogere orde sluit een lagere steeds uit.
Binnen de orde bepaalt de graad of men al dan niet erft. In rechte lijn zijn er zoveel graden als er generaties zijn tussen de personen. Zo is er tussen ouders en hun kinderen één generatie. Zij staan dus tot elkaar in de 1ste graad. Tussen grootouders en kleinkinderen telt men twee generaties. Zij staan tot elkaar in de 2de graad.

Bijzonder statuut van de echtgenoot
De echtgenoot neemt in het erfrecht een bijzondere plaats in. Gehuwd zijn en wel of geen kinderen hebben, geeft een totaal verschillend beeld. Laten wij enkele herkenbare situaties overlopen.

De overledene was gehuwd en had kinderen
De weduwe of weduwnaar krijgt het vruchtgebruik van de hele nalatenschap, de kinderen krijgen de blote eigendom.
Alle kinderen van de overledene, uit een vorig of uit het laatste huwelijk, buitenhuwelijkse en geadopteerde, zijn gelijkgesteld en hebben dezelfde rechten. De kinderen krijgen ieder een gelijk deel. Als een kind vooroverleden is (of verworpen heeft of onwaardig is om te erven), dan erven zijn kinderen in zijn plaats. Zijn er geen kinderen, dan gaat zijn deel naar zijn broers en zussen.

De overledene was gehuwd en had geen kinderen
De weduwe of weduwnaar krijgt de hele gemeenschap of onverdeeldheid (als er geen gemeenschap was) in volle eigendom en het vruchtgebruik van de eigen goederen van de echtgeno(o)t(e). De blote eigendom van de eigen goederen gaat naar de familie van de overledene in deze volgorde:
- de broers en zussen, met vader en/of moeder als zij nog leven
- de vader én moeder wanneer de overledene geen broers of zussen had
- de vader of moeder als er geen broers en/of zussen zijn en een van de ouders al is overleden. Samen met die vader of moeder erven dan ook in volgorde: de grootouders, ooms en tantes, neven en nichten, grootooms en groottantes langs de kant van de overleden ouder
Zolang de weduwe of weduwnaar leeft, moet de familie haar of hem het gebruik en het genot van die eigen goederen laten. Als de overledene geen kinderen en ook geen verdere familieleden nalaat, erft de langstlevende echtgenoot de hele nalatenschap in volle eigendom. Een speciale bescherming is voorzien voor de gezinswoning met huisraad. De weduwe of weduwnaar zal deze woning steeds mogen betrekken en gebruiken, wie ook blote eigenaar is, kinderen, stiefkinderen, broers, zussen, neven en/ of nichten.
De echtgenoten kunnen elkaar meer geven dan het deel waarin de wet voorziet. Zij moeten dan wel een testament in elkaars voordeel opstellen, of een contractuele erfstelling. Via een testament is het zelfs mogelijk een regeling te treffen voor het geval men samen overlijdt. Ook voor de langstlevende is het testament bijzonder geschikt. Daar men na een zekere tijd een meer nuchtere kijk heeft op zijn huwelijk, en de samenstelling van zijn gezin kent (het al dan niet hebben van kinderen: zie verder), kan men pas dan weten welk deel van het vermogen mag worden gegeven en kan men de samenstelling van het legaat in detail bepalen.

Ongehuwde of niet meer gehuwde erflater
- Met kinderen:d eze erven de hele nalatenschap.
- Zonder kinderen, maar wel met:
   - ouder(s) en broer(s) en/of zuster(s): vader en/of moeder krijgen ieder 1/4de in volle eigendom. De overige 3/4de of 2/4de gaan naar de broers en zussen; ouders (geen broers en/of zussen in leven): vader en moeder krijgen alles
   - broers en zussen en/of kinderen van vooroverleden broers en/of zussen: deze erven de hele nalatenschap; andere familieleden tot en met de vierde graad: deze erven de hele nalatenschap.

De langstlevende van een samenwonend koppel
De wettelijk samenwonende partner is erfgenaam als hij met de erflater samengewoond heeft en met hem een verklaring van wettelijke samenwoning heeft afgelegd. Hij erft zonder meer het vruchtgebruik op de woning en de meubelen die er zich in bevinden. De samenwonende mag dan wel geen afstammeling zijn van de erflater. Hij treedt zo automatisch in het bezit van de rechtsvoorganger van de goederen die hij erft. Hij zal wel gehouden zijn tot de intresten van de schulden van de nalatenschap en dit in de verhouding die wordt bepaald door de waarde van de met vruchtgebruik bezwaarde goederen tot het totaal van de nalatenschap. Wil men meer nalaten aan de persoon met wie men samenleeft dan moet men een testament opmaken voor de bezittingen die men wil legateren. Men moet daarbij wel rekening houden met de 'reserve' van de kinderen. Dit is een deel dat men hoe dan ook moet voorbehouden voor zijn kinderen. Vandaag bedraagt de totale reserve altijd de helft van de nalatenschap (ongeacht het aantal kinderen). De individuele reserve per kind hangt wel af van het aantal kinderen (de helft van het vermogen moet immers gedeeld worden door het aantal kinderen).

Wat is de 'reserve'?
De reserve is een deel van het vermogen dat voorbehouden is voor de langstlevende echtgeno(o)t(e) en/of de kinderen. Dit deel mag men dus niet wegschenken of via testament nalaten aan andere mensen. Sinds 1 september 2018 is de grootte van de reserve (en dus van het deel waarover je wél mag beschikken) veranderd. Vandaag bedraagt de reserve  (of het voorbehouden deel) altijd 1/2de  van het vermogen. Dat betekent m.a.w. dat mensen vandaag altijd over de helft van hun vermogen vrij kunnen beschikken door te schenken of te legateren via een testament. De andere helft moeten ze voorbehouden voor hun reservataire erfgenamen.

Bron: www.notaris.be

In het nummer van maart behandelen wij o.a.: De situatie sinds 1 september 2018. Kunnen wij onze erfgenamen zelf kiezen? Moet men een erfenis aanvaarden?

februari 2019

Copyright © LDC Seniorama vzw